Traditionel Dans en Muziek

Het is onmogelijk de Amazighmuziek te onderzoeken zonder rekening te houden met de natuurlijke omgeving waarin ze totstandkomt en waaraan ze haar betekenis ontleent.
Deze muziek is nauw verbonden met de landbouwcyclus en beklemtoont de verschillende stadia ervan.

Deze stadia kunnen dankzij de muziek uitgroeien tot momenten van intens sociaal contact en euforie, van eenzaamheid of pijn, of ook van stilte. De vocale, melodische, dichterlijke kunst-vormen en het gebarenspel vormen een geheel waar soms ook de trommels toe behoren. Bij de Chleuh van de Hoge Atlas en de Anti-Atlas dienen er tijdens de gerstcyclus (de belangrijkste graansoort) religieuze liederen, dhikr*, voor de ‘dood’ van het graan te worden gezongen: eerst voor het dorsen, dat gebeurt door het vee dat urenlang op de dors-vloer rondloopt en zo de schoven vertrappelt; vervolgens voor het wannen, het scheiden van de graankorrels van het stro door middel van de wind. (Bij de Berabers van de Mid-den-Atlas, vervult de ahellil dezelfde rol).

Deze periode van noeste arbeid wordt gevolgd door een seizoen gekenmerkt door droogte en grote hitte. Tijdens dit seizoen organiseert men feesten waarop honderden mensen worden uitgeno-digd naar aanleiding van de jaarlijkse moessem* in de nabij-heid van heiligdommen gewijd aan bepaalde heiligen en ook en vooral wanneer huwelijken plaatsvinden. Het dag-dagelijkse wordt dan ingeruild voor een weelderigheid op alle vlakken (kostuums, muziek, voedsel). Om deze pracht te verkrijgen worden grote zorgvuldigheid en strengheid aan de dag gelegd die wortelen in een lange traditie.

’s Nachts, met de hemel als enige verlichting, krijgt bij de Berabers de ahidoes en bij de Chleuh de ahwasj een ere-plaats. Het gaat hier om gezamenlijke rondedansen of rij-dansen vooral begeleid door handgeklap en raamtrommels, terwijl de dansers alternerend zingen in dubbel koor. In deze dansen komt de verschillende geaardheid van mannen en vrouwen aan bod. Bij de Chleuh herneemt deze muziek de tijdsindeling eigen aan de levenscycli: zo wordt het groeien van de gerst gevolgd door de oogst, het rijpen van de boomvruchten door het plukken (het knuppelen van noten of amandelen of het afsnijden van dadels) of het op de grond vallen ervan (de argania). Deze stadia komen in de ahwasj van de Anti-Atlas via metaforen in alle muzikale elementen tot uiting (melodieën, gezongen woorden, tromgeroffel, handgeklap, voet- en schouderbewegingen).

De langzame ‘opbouw’ ontstaat door de versnelling van het tempo, door de gelei-delijke verheffing van het stemregister en door het afnemen van het ritme en de melodie die steeds voorkomen in de ahwasj, en is de expressie zelf van het gelijksoortig verloop van de vegetale cyclus. Muzikale inwijding in de breedste betekenis van het woord berust hier dus op de nauwgezette observatie van de natuur, de granen, de fruitbomen en ook de dieren, kortom van alle elementen die deel uitmaken van het dagelijks leven van de Imazighen. Het eigenlijke vocabularium dat men aanwendt om verschillende vorme-lijke procédés of elementen van de muziek aan te duiden, getuigt van de onlosmakelijke verbondenheid tussen muziek en ecosysteem. Een duidelijke samenhang komt aan het licht in de toepassing ervan. Indien men deze muziek, die zich niet plooit naar commerciële wetten, wil beluisteren en begrijpen, is het absoluut noodzakelijk de streek en haar bewoners-muzikanten te leren kennen.

Kenmerkend voor deze sociale systemen is dat de dagdage-lijkse verhoudingen tussen generaties en tussen mannen en vrouwen gebaseerd zijn op een diep respect dat een zekere afstandelijkheid en een grote discretie vereist wat gedrag en taal betreft. Dankzij de expressiemogelijkheden geboden door zang en dans, en in het bijzonder door gezongen dialogen, kunnen bepaalde gevoelens worden geuit. Toch is terug-houdendheid, waarvan de zanghoudingen en de dansbewe-gingen getuigen, gebruikelijk. Het twistgesprek is van groot belang bij de Imazighen. De dichtkunst die zich bedient van een beeldrijke taal heeft een ambigu karakter. Door de grammaticale regels zelf die men hier hanteert (meervoud voor enkelvoud, mannelijk voor vrouwelijk, archaïsche woorden, etc.) wordt het mogelijk boodschappen door te geven die op verschillende niveaus kunnen worden geïnterpreteerd en waarvan de betekenis enkel begrijpelijk is voor de eventuele bestemmeling. De algemene sfeer, het oorver-dovende geluid van de trommels, het schelle register van de dichters en de zwakke articulatie van de zangeressen, zullen op hun manier bijdragen tot het verhullen van uit-spraken die in totaal hoogstens tweemaal worden herhaald en die men dus onmiddellijk moet vatten. In tegenstelling tot het schrift dat de betekenis op een eenduidige manier vastlegt, laat de gezongen dichtkunst in de orale traditie van de Imazighen velerlei interpretaties toe. Omdat het woord nemen door te zingen in het openbaar -namelijk voor een groep genodigden op een feest- te belangrijk is, wordt dit niet aan iedereen toegestaan. De dichterlijke roeping wordt erkend door meesters en vooral door lokale maraboes die de roeping van de echte dichters bekrachtigen in de droom en, elke keer wanneer het woord wordt genomen tijdens een ahwasj of tijdens een ahidoes, zullen de dichters bescherm-heiligen aanroepen en hun ondergeschiktheid aan God en de toehoorders inroepen. De dichter, die de gave van hel-derziendheid bezit, dient bescheiden te zijn en zijn uitspraken te wikken en te wegen. Hij moet tevens over een zekere maturiteit beschikken. In de Rif-streek zal de man die een debat aanvat zonder zijn woorden af te wegen in oneer vallen. De beheer-sing van woorden hangt ook samen met de impliciete ken-nis van de metriek van de dichtkunst die gebaseerd is op een complex systeem van formules, bestaande uit betekenisloze lettergrepen die als matrijs dienen voor de echte verzen. Bij de Chleuh zijn de dichteressen onderworpen aan dezelfde regels als de dichters. In de Anti-Atlas gaan ze tijdens de ahwasj twistgesprekken aan met de dichters, maar in plaats van solo te zingen, fluiste-ren ze hun verzen beetje bij beetje de vrouwelijke koren in en reciteren ze dan samen met hen.

Het nauwe verband tussen muziek en natuur verklaart van-zelfsprekend de bonte verscheidenheid aan muzikale mani-festaties. De ahidoes of ahwasj verschillen zowel van bevol-kingsgroep tot bevolkingsgroep als van dorp tot dorp. De ahidoes wordt trouwens niet altijd gezongen: heel specifiek voor de westelijke Hoge Atlas is de krijgsdans die fungeert als een soort embleem van de bevolkingsgroepen. De dan-sers staan hier onder de leiding van een chef die een raamtrommel bespeelt en voeren allerlei heftige danspassen uit, zichzelf begeleidend met kleine aardewerken trommels, de zogenaamde agwal. Muzikanten-herders begeleiden deze dansen op de fluit.
Overal in de Atlas wordt het huwelijksritueel gezongen. De ceremonie bestaat uit een tiental stappen gespreid over een week en wordt begeleid door klaagzangen voor de bruid die alternerend in dubbele koren worden gezongen door rijpe vrouwen. De prachtige poëzie van deze liederen die doorspekt zijn met archaïsche woorden, wekken steeds de tranen op van de bruid, die zich trouwens noch laat zien, noch laat horen (ze moet het stilzwijgen bewaren). Elke stam of gemeen-schap van dorpen beschikt over een eigen repertoire klaag-zangen die allemaal een eigen benaming hebben.



Of de melodieën behoren tot de repertoires van de ahwasj / ahidoes of de dhikr / ahellil of tot de klaagzangen, feit is dat ze doorheen de tijd bewaard bleven omdat ze onafscheide-lijk verbonden zijn met de streek en met de plaatselijke bevolking. Over het algemeen ontwikkelen de melodieën van de Berabers van de Midden-Atlas zich binnen nauwe registers (interval grote secunde, kleine terts bijvoorbeeld) en worden deze van de Chleuh gekenmerkt door brede registers met talloze niet direct op elkaar volgende onder-brekingen. Elke bevolkingsgroep of sociale groepering heeft echter zijn eigen melodieën waarin wordt verwezen naar specifieke betekenissen en beelden, die geen toevallig karakter hebben maar gebaseerd zijn op een gemeenschap-pelijke consensus. Deze consensus is ongetwijfeld onbe-wust maar de doeltreffendheid ervan is, in deze orale traditie zonder schrift, te vergelijken met die van een ideografisch systeem. Zo duidt het zingen van een wel-bepaald klaaglied in het kader van een huwelijk en in het kader van de oogst op een verwantschap tussen twee omstandigheden die a priori van elkaar verschillen.

Ook al blijven de formele gelegenheden om te musiceren beperkt tot welbepaalde omstandigheden, de zang is per-manent aanwezig in het dagelijks leven. De poëzie van de ahwasj en de ahidoes of de dhikr en de ahellil wordt immers gereciteerd tijdens conversaties of hernomen in meer inti-mistische liederen (bij het malen van het graan, het wiegen van een kind en om bepaalde werkzaamheden in het veld te begeleiden…). Dan verkrijgen deze gedichten een persoon-lijk karakter dat ze niet noodzakelijkerwijze hebben wan-neer ze in groepsverband worden gezongen.
Tot slot dient de muzikale rijkdom van de rondtrekkende muziekgroepen in deze streken aan bod te komen: imdyazn bij de Beraber en de Rifbewoners, rwyoes bij de Chleuh. Soms wonen deze muzikanten in de steden en trekken met hun instrumenten rond in de bergen. Zij bespelen snaar-instrumenten en dubbele klarinetten die nooit in de dorps-muziek worden gebruikt. Hoewel er sprake kan zijn van wederzijdse beïnvloeding tussen de gezangen van deze muzikanten en die van de dorpelingen, vermengen hun repertoires zich in de bergen nooit (Lortat-Jacob 1994: 46-48). Dit duidt erop dat de muzikanten in de bergen erg gehecht zijn aan hun muziek die zo nauw verbonden is met het sociale leven en met het milieu, dat het ene niet zonder het andere kan bestaan.

Bron: Muzikale Tradities
Door: Miriam Rovsing Olsen

 

Comments are closed.